Watermeloen Telpuzzel
Watermeloen Telpuzzel
Kan beschikbaarheid voor afhalen niet laden
Een multiplex watermeloen in partjes gesneden, met losse pitjes en een set cijferplaatjes. De partjes verschillen in grootte, de pitjes zijn telbaar en de plaatjes dragen de cijfers. Drie afzonderlijke dingen die een kind naast elkaar kan leggen, en dat is meer dan het meeste rekenspeelgoed voor peuters biedt.
Het werkt omdat de hoeveelheid zichtbaar blijft. Een kind dat vijf pitjes op een partje legt, kan naar het partje kijken en vijf zien. Blijft er één pitje over zonder plek, dan ligt de fout voor zijn neus in plaats van in een correctie van een volwassene, en gaat het uit zichzelf terug om opnieuw te tellen. Die lus maakt van getallen opdreunen echt tellen.
Manieren om ermee te werken
- Op grootte leggen. Leg de partjes van klein naar groot voordat er cijfers aan te pas komen. Hoeveelheden vergelijken begint met grootte vergelijken, en dit is de makkelijke versie van hetzelfde idee.
- Eén pitje, één telwoord. Leg de pitjes één voor één neer en zeg één getal per pitje. Langzamer dan natuurlijk voelt. Haasten levert precies het kind op dat getallen opdreunt zonder ze aan iets te koppelen.
- Cijfers op volgorde. Leg de cijferplaatjes apart op volgorde, los van de pitjes, zodat symbool en hoeveelheid eerst los van elkaar geleerd worden.
- Plaatje bij partje. Geef het cijfer en laat het kind de hoeveelheid maken. Dit is de moeilijkere richting en de richting die telt.
- Benoem de buren. Wijs een plaatje aan en vraag wat ervoor en erna komt. Weten dat zes tussen vijf en zeven ligt is iets anders dan tot tien kunnen tellen.
- Tellen met sprongen. Leg tien pitjes als vijf rijen van twee. Dat visuele raster maakt tellen met twee tegelijk begrijpelijk in plaats van iets om uit het hoofd te leren.
- Haal er één weg. Neem een pitje weg terwijl het kind kijkt en vraag hoeveel het er nu zijn, vóór het opnieuw mag tellen. In dat inschatten laat getalbegrip zich zien.
Wat het ontwikkelt
Eén-op-één-koppeling, het besef dat het laatste getal het antwoord is op hoeveel, en dat een hoeveelheid gelijk blijft of de pitjes nu bij elkaar liggen of uitgespreid. Daarnaast: volgorde vooruit en achteruit, onderscheid in maat en kleur, en de pincetgreep om een klein pitje precies neer te leggen. Het speciaal onderwijs zet dit soort materiaal in bij kinderen met risico op dyscalculie, omdat de concrete route naar getallen vaak de enige is die opengaat.
Specificaties
Speelformaat 27,5 cm. Multiplex met niet-toxische afwerking. Partjes, losse pitjes en cijferplaatjes inbegrepen.
Bij begeleid werken: partjes op grootte leggen past bij een kind vanaf ongeveer 2, één-op-één tellen vanaf ongeveer 3, en buren benoemen en sprongtellen vanaf ongeveer 4. Kleine losse pitjes, dus dit is een hulpmiddel voor sessies met een volwassene, geen puzzel om onbeheerd te laten liggen.
Share
